Deminor publiceert de resultaten van een onderzoek in het kader van een HUB Bedrijfsproject. Er werd onderzocht in hoeverre de bedrijfsleiders van Belgische KMO's belang hechten aan de principes van corporate governance en de wijze waarop zij dit toepassen in hun eigen KMO of familiebedrijf.
Deminor voerde dit onderzoek uit in samenwerking met HUB. Pierre Cernero, laatstejaarsstudent T.E.W., voerde dit onderzoek uit in het kader van zijn masterproef onder impuls en leiding van Deminor, en onder wetenschappelijk toezicht van de HUB.
Op basis van de Europese definitie van KMO's werden 2.670 KMO's geselecteerd. De bedrijfsleiders van deze ondernemingen werd een uitgebreide vragenlijst toegezonden waarmee getoetst werd in hoeverre zij de corporate governance principes toepassen en welk belang zij hechten aan corporate governance. 363 bedrijfsleiders hebben deze vragenlijst ingevuld. Dit is 13,6% van de totale populatie.
Deze steekproef van respondenten heeft voornamelijk volgende kenmerken:
De statistische verwerking van de vragenlijsten resulteerde in volgende vasstellingen.
Slechts in 40,8% van de bedrijven bestaan er schriftelijke afspraken tussen aandeelhouders. Wanneer dit het geval is, scoort vooral de aandeelhoudersovereenkomst (75,4%) zeer goed, gevolgd door het familiecharter (21,7%).
In 50,6% van de gevallen bestaan er overdrachtsbeperkingen op de aandelen, zoals een voorkooprecht (76,5%), goedkeuringsrecht (29,4%) en een volgrecht (24,7%). Vaak zijn er meerdere combinaties van overdrachtsbeperkingen.
In tegenstelling tot de overdrachtsbeperkingen, hebben slechts weing ondernemingen (10,7%) een liquiditeitsprogramma voor de verkoop van aandelen. Voor de aandeelhouders van niet-beursgenoteerde ondernemingen (NBO's) is het dus zeer moeilijk om aandelen te verkopen. Indien er een liquiditeitsprogramma bestaat is dit in ongeveer de helft van de bedrijven een inkoop door de vennootschap of een interne markt voor aandeelhouders.
In 34,8% van de vennootschappen is er een dividendbeleid.
Buiten de formele jaarlijkse aandeelhoudersvergadering geeft 52,6% van de respondenten aan dat er informele vergaderingen plaatsvinden tussen aandeelhouders. Dit gebeurt meestal tussen actieve aandeelhouders in het bedrijf. In 32,1% van de familiebedrijven is er een familieforum.
In de Raad van Bestuur van onze steekproef zetelen gemiddeld 4,1 bestuurders. Zij komen gemiddeld 4,1 keer per jaar samen. In 75,6% van de bedrijven ontvangen de bestuurders voorafgaand aan de Raad van Bestuur informatie; dit is meestal financiële informatie. Slechts 29,8% van de ondernemingen hebben onafhankelijke bestuurders, en in 59,7% van de bedrijven wordt de functie van voorzitter en gedelegeerd bestuurder uitgeoefend door dezelfde persoon. Slechts 14,4% heeft een adviesraad, maar 56,7% van de respondenten geeft aan een actieve Raad van Bestuur te hebben.
In 75,3% van de bedrijven zijn aandeelhouders of familieleden actief in de onderneming. Slechts in 19,5% van de ondernemingen zijn er afspraken omtrent de intrede van een aandeelhouder, zoals diploma (48,2%) of professionele ervaring (57,1%). In 75,3% van de bedrijven is er transparantie over de vergoeding van de actieve familieleden in de onderneming.
Tenslotte is in 56,7% van de familiebedrijven de opvolging naar de volgende generatie niet geregeld. In 20,7% staat de volgende generatie klaar. De overige bedrijven opteren voor een tijdelijk of permanent professioneel management of voor de verkoop van het bedrijf.
De analyse van de steekproef toont ook volgende significante verschillen tussen soorten KMO's:
Wat de Code Buysse betreft, antwoordde 20,3% dat ze nooit van de Code Buysse heeft gehoord. 37,0% past de Code niet toe, waarvan 20,9% omdat ze niet verplicht is. Nochtans denkt 58,7% van de respondenten dat de Code een meerwaarde kan bieden voor het bedrijf. Alleszins heeft de Code Buysse het bewustzijn voor deugdelijk bestuur vergroot bij 30,0% van de respondenten.
Wat corporate governance en de Code Buysse betreft, hechten bedrijfsleiders vooral belang aan informatieverstrekking aan de aandeelhouders, de lange termijn doelstelligen van het bedrijf, interne controle, de uitvoerende bestuurders en de samenstelling van de Raad van Bestuur. Ze hechten daarentegen weinig belang aan externe bestuurders, de remuneratie van de bestuurders en het dividendbeleid.
In elk geval weerspiegelt een goede kennis van de Code Buysse zich in een toepassing van de corporate governance regels in de onderneming. Bedrijfsleiders die de Code kennen zien er een meerwaarde in en passen ze ook meer toe.
Voor een uitgebreide presentatie van de resultaten van dit onderzoek verzoeken wij u de presentatie in bijlage te bekijken "Toepassing van Corporate Governance in Belgische KMO's" in pdf-formaat.
Contactpersoon:
Stefan Hertogs
Tel: +32 2 674 71 10
E-mail: stefan.hertogs@deminor.com
Noot voor de redactie: Achtergrondinformatie
De Corporate Finance afdeling is onderdeel van de groep Deminor. Deze afdeling houdt zich specifiek bezig met aandeelhoudersvraagstukken in NBO's en familiebedrijven. Deze activiteiten zijn minder bekend in de media, vermits de tussenkomsten van Deminor meestal strikt vertrouwelijk blijven. Er wordt hierbij steeds gezocht naar oplossingen op maat, met aandacht voor economische, financiële, juridische en relationele aspecten binnen de NBO's en familiebedrijven.
Bijlagen: